Waarom het slechte zwaarder weegt
Je kunt tien aardige reacties krijgen op iets wat je hebt gemaakt, en één kritische — en het is die kritische die 's avonds door je hoofd blijft spoken. Dat is geen persoonlijke zwakte: het is een menselijk patroon dat zo consistent is dat het een naam heeft in onderzoek. In 2001 publiceerden Roy Baumeister, Ellen Bratslavsky, Catrin Finkenauer en Kathleen Vohs in Review of General Psychology een artikel met een titel die alles zegt: "Bad is stronger than good" ("Slecht is sterker dan goed"). Bij het doornemen van onderzoek naar emoties, relaties, leren en geheugen vonden ze telkens hetzelfde patroon: negatieve gebeurtenissen wegen zwaarder, duren langer en worden beter onthouden dan positieve gebeurtenissen van gelijke omvang.
Datzelfde jaar beschreven Paul Rozin en Edward Royzman het verschijnsel als "negativity bias": ons brein is, om evolutionaire overlevingsredenen, zo ontworpen dat het meer gewicht geeft aan bedreigingen en fouten dan aan aangename, juiste dingen. Dat had zin voor onze voorouders: een gevaar over het hoofd zien kon je leven kosten; een lekkere vrucht over het hoofd zien niet. Het probleem is dat dit systeem, nuttig op de savanne, vandaag nog steeds op dezelfde manier reageert op een scherpe opmerking in een vergadering of ruzie met een partner.
Het goede nieuws is dat er een tegenwicht bestaat, en dat betekent niet doen alsof het slechte niet bestaat. Psycholoog Rick Hanson vat het helder samen: het brein is als klittenband voor het negatieve en als teflon voor het positieve — het slechte blijft vanzelf plakken, het goede glijdt eraf als je er niets mee doet. Zijn aanpak, bekend als "taking in the good" ("het goede opnemen"), houdt in dat je bewust een paar seconden stilstaat bij iets positiefs, het echt voelt, in plaats van het voorbij te laten glijden.
Het gaat er niet om meer goede dingen aan je dag toe te voegen, maar om ze evenveel tijd te geven als je onbedoeld aan de slechte dingen geeft. De volgende keer dat iets goed gaat, blijf daar even bij stilstaan voordat je weer verdergaat.
Als vandaag iets goed gaat, pauzeer dan drie ademhalingen lang voordat je verdergaat. Laat het goede ook blijven plakken.
Bron: Baumeister et al., 2001; Hanson